Met een paar basisklanken (zoals G, C, D en Am) en één eenvoudig slagpatroon begeleid je vanavond al meerdere bekende kinderliedjes. Voeg Em en een vereenvoudigde F toe en je repertoire verdubbelt. Zet een capo op als een liedje te hoog of te laag ligt voor de stem die meezingt, kies een rustig neerwaarts slagpatroon en begin met Poesje Mauw. Dat lied speel je met slechts drie akkoorden.
Kort samengevat:
- De meeste kinderliedjes kunnen worden begeleid met slechts zes akkoorden: G, C, D, Em, Am en een vereenvoudigde F.
- Drie basisritmepatronen volstaan om bijna alle lijntjes te begeleiden, variërend van eenvoudige downstrokes tot swingende walsen.
- Het oefenen van wissels tussen de akkoorden en het vasthouden van het ritme levert snel resultaat op, vooral binnen korte, gestructureerde sessies.
- Een geschikte gitaarmaat voor kinderen tot acht jaar is meestal een 1/2 of 3/4 gitaar om spanning te voorkomen en vingerligging te vergemakkelijken.
- Beginners profiteren van eenvoudige oefenmaterialen en doelgerichte begeleiding in plaats van te veel akkoorden tegelijk te leren.
Welke akkoorden heb je nodig voor kinderliedjes gitaar?
Je hebt geen twintig akkoorden nodig om kinderliedjes gitaar onder de knie te krijgen. De meeste Nederlandse en internationale kinderliedjes draaien op zes akkoorden: G, C, D, Em, Am en een vereenvoudigde F. Daarmee begeleid je verreweg de meeste liedjes uit het klassieke kinderrepertoire, van simpele wiegeliedjes tot vrolijke meezingers.
Hieronder staan tien liedjes waarmee je meteen kunt oefenen. Ze zijn geordend van makkelijkst naar iets uitdagender, en bij elk lied zie je hoeveel akkoorden je nodig hebt en of een capo handig is.
- Poesje Mauw: drie akkoorden (G, C, D), maat 4/4, geen capo nodig. Het instapliedje bij uitstek: met deze drie akkoorden speel je het al binnen een kwartier door.
- In de Maneschijn: twee akkoorden (G, D), maat 4/4, geen capo nodig.
- Vader Jacob: twee akkoorden (C, G), maat 4/4, ideaal om wisselingen te oefenen.
- Hoofd, Schouders, Knie en Teen: drie akkoorden (G, C, D), maat 4/4, capo op fret 2 als je met jonge kinderstemmen zingt.
- Altijd is Kortjakje Ziek: drie akkoorden (Am, G, C), maat 4/4.
- Twinkle Twinkle Little Star: vier akkoorden (C, F, G, Am), maat 4/4, gebruik de vereenvoudigde F-variant.
- Slaap Kindje Slaap: drie akkoorden (G, C, D), maat 3/4, een echte wals dus tel in driekwartsmaat.
- Bruder Jakob / Frère Jacques: twee akkoorden (C, G), maat 4/4, uitstekend voor call-and-response met kinderen.
- Er Zaten Zeven Kikkertjes: drie akkoorden (D, G, A), maat 4/4, let op: een capo op fret 2 maakt de A-greep niet makkelijker, hij zet het lied alleen wat hoger voor jonge kinderstemmen.
- London Bridge: drie akkoorden (G, C, D), maat 2/4, lekker rechttoe rechtaan om strak op de tel te blijven.
Welke akkoorden en slagpatronen heb je echt nodig?
De zes akkoorden die je bij vrijwel elk kinderliedje tegenkomt zijn G, C, D, Em, Am en F. G, C en D zijn open grepen die je binnen een paar dagen vloeiend wisselt. Em en Am voel je vaak al snel aan doordat ze maar twee vingers vragen. F is de spelbreker voor beginners: skip de volledige barré-vorm en gebruik de vereenvoudigde variant met alleen de eerste en tweede vinger op de hoge snaren, of speel simpelweg Fmaj7 als lichtere vervanger.
Drie slagpatronen dekken bijna alle kinderliedjes:
- Basis 4/4 downstrokes: tel "1, 2, 3, 4" en sla op elke tel neerwaarts. Perfect voor Vader Jacob en Poesje Mauw.
- Down-down-up: tel "1, 2-en, 3, 4-en" met een neerwaartse slag op 1 en 3, en een neerwaarts-opwaartse combinatie op 2 en 4. Geeft meer energie aan liedjes zoals Hoofd, Schouders, Knie en Teen.
- Walspatroon in 3/4: tel "1, 2, 3" met een zwaardere aanslag op de 1. Onmisbaar voor Slaap Kindje Slaap.
Ritmische begeleiding is voor kinderliedjes belangrijker dan een tab die elke noot exact naspeelt. Een gitaartab mist vaak de ritmische informatie die je juist nodig hebt om een kind mee te laten zingen. Leer eerst het slagpatroon stevig vasthouden, daarna pas de fijne details.
Pro-tip: Speel een liedje eerst alleen met downstrokes op de tel, zonder enige versiering. Zodra dat vloeiend gaat, voeg je pas een upstroke toe. Kinderen horen een wankel ritme sneller dan een verkeerd akkoord.
Drie liedjes om vandaag nog te oefenen
Poesje Mauw speel je in G majeur, zonder capo, met alleen G, C en D. Gebruik het basis 4/4-downstrokepatroon en sla op elke lettergreep die het kind meezingt. Begin op een tempo van ongeveer 80 slagen per minuut en bouw langzaam op.
- Akkoorden isoleren: speel G, dan C, dan D los, telkens vier tellen aanhouden.
- Wissels oefenen: ga zonder te zingen G naar C naar D naar G, in een vaste cirkel.
- Met de metronoom: zet 80 BPM aan en herhaal de cirkel tien keer zonder te haperen.
- Zingen erbij: voeg de tekst toe zodra de wissels automatisch gaan.
Vader Jacob staat van nature in C majeur en heeft alleen C en G nodig. Zet een capo op fret 3 als je met een hoge kinderstem zingt, dat brengt het lied dichter bij een comfortabele zangligging zonder dat je andere grepen moet leren. Het down-down-up patroon werkt hier goed omdat het lied van nature wat speelser klinkt dan Poesje Mauw. Oefen de C naar G wissel eerst los, dan met click op 90 BPM, en zing pas mee als de wissel zonder haperen gaat.
Slaap Kindje Slaap vraagt om G, C en D in een walsritme, maat 3/4. Speel het rustig, rond 60 BPM, met het walspatroon uit de vorige sectie. Isoleer eerst de drie akkoorden, oefen daarna de wissels op tel 1 van elke maat, voeg de metronoom toe en zing dan pas de tekst erbij. Voor een complete oefenroutine met deze akkoorden kun je de wisselvolgorde ook toepassen op andere wiegeliedjes in dezelfde toonsoort.
Hoe bouw je een oefenroutine op die echt werkt?
Een vaste routine van twintig minuten levert sneller resultaat op dan een uur ongestructureerd spelen. Verdeel die tijd zo:
- Vijf tot tien minuten akkoorden: wissel tussen G, C, D, Em en Am zonder ritme, gewoon greep voor greep.
- Vijf minuten ritme: speel één slagpatroon los op een gedempte snaar, zonder akkoordwissels.
- Tien minuten liedoefening: combineer akkoorden en ritme in een echt kinderliedje, van isoleren tot zingen.
Kies je starttempo op basis van het lied: begin een 4/4-liedje op 70 tot 80 BPM en een wals op 55 tot 65 BPM. Verhoog pas met 5 BPM zodra je drie keer foutloos door het lied speelt.
Betrek kinderen actief door een regel te laten herhalen (call-and-response) of hen op de tel te laten klappen terwijl jij het akkoord aanslaat. Dat houdt de aandacht erbij en verstevigt meteen jouw eigen tempogevoel. Een begeleide oefenaanpak met video's helpt vooral in het begin, omdat je live ziet waar de slag precies valt.

Pro-tip: Neem jezelf een keer op met je telefoon terwijl je een lied speelt. Je hoort binnen tien seconden of het ritme wegzakt, iets wat je tijdens het spelen zelf vaak niet doorhebt.
Waar vind je betrouwbare akkoorden en lesboeken?
Er bestaan verschillende lesboeken met kinderliedjes voor gitaar, meestal met melodielijn, akkoorden, tekst en slagritme in toegankelijke toonsoorten met weinig kruizen en mollen. Waar je op let bij het kiezen:
- Controleer bij elk boek of het slagritme apart staat aangegeven, niet alleen de melodietab.
- Kies bij voorkeur liedjes in toonsoorten met weinig voortekens, dat houdt de akkoorden in open vorm.
- Een overzicht van de basisakkoorden is handig als naslagwerk naast een lesboek.
- Boeken met een ingesloten mediaplayer of online audio maken het makkelijker om op eigen tempo te oefenen.
Houding, gitaarmaat en veilig oefenen met kinderen
Een gitaar die te groot is voor een kind zorgt voor gespannen schouders en een verkeerde polshoek, en dat leidt sneller tot frustratie dan tot plezier. Voor kinderen tot ongeveer acht jaar is een 1/2- of 3/4-maat gitaar meestal een betere keuze dan een volledige 4/4-gitaar; de halsbreedte en de afstand tussen de snaren zijn dan beter te overbruggen met kleine vingers.

Let bij het spelen zelf op drie dingen. De pols van de grijphand moet licht gebogen blijven, niet krom naar binnen geklapt. De duim van de grijphand rust achter de hals, niet erover heen, dat voorkomt onnodige spanning in de onderarm. En de gitaar zelf rust op het bovenbeen of, bij een volwassene die met een kind meespeelt op schoot, stevig tegen het lichaam, zodat de linkerarm niet het volle gewicht draagt.
Bouw de speeltijd rustig op. Vijftien tot twintig minuten aan een stuk is voor de meeste kinderen (en ook voor volwassen beginners) al genoeg om lichte vermoeidheid in de vingertoppen te voelen. Neem daarna een korte pauze voordat je verder oefent. Bij pijn die langer aanhoudt dan een paar minuten na het spelen, is het verstandig het tempo en de sessieduur te verlagen in plaats van door te bijten.
Begin vandaag met echte begeleiding, niet alleen akkoordjes
Kinderliedjes gitaar leren draait niet om zoveel mogelijk akkoorden kennen, maar om een paar grepen vloeiend combineren met een stevig ritme. Wie dat eenmaal onder de knie heeft, begeleidt binnen een paar weken tientallen liedjes zonder nieuwe akkoorden te leren.
Bij Gitaarles vind je precies die opbouw terug: honderden instructievideo's, akkoordoverzichten en oefenmateriaal waarmee je stap voor stap van losse akkoorden naar volledige liedbegeleiding groeit, op je eigen tempo en zonder de kosten van privéles. Wie liever eerst zelf opnamen maakt om het eigen ritme te controleren, kan daarvoor een eenvoudige reflectiefilter voor microfoons gebruiken bij het thuis opnemen van oefensessies. Wil je meteen goed beginnen? Probeer nu alle lessen 14 dagen voor €1: basislessen, tokkelcursus, workshops, nummers spelen en livestreams. Daarna €19,95 per maand, je zit nergens aan vast en je kunt op elk moment opzeggen. Start vandaag met de liedjes die je kind al kent.